Wat is GON-begeleiding?

Het Geïntegreerd Onderwijs (GON) is een samenwerkingsvorm tussen het gewoon en het buitengewoon onderwijs. Het is bedoeld om leerlingen met een handicap en/of leer-en opvoedingsmoeilijkheden de lessen te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs met bijkomende hulp van het buitengewoon onderwijs.

 

GON is slechts mogelijk voor de volgende types van buitengewoon onderwijs:

  • type 3: leerlingen met ernstige emotionele en/of gedragsproblemen,
  • type 4: leerlingen met motorische beperking,
  • type 6: leerlingen met een visuele beperking,
  • type 7: leerlingen met een auditieve beperking , leerlingen met ASS,
  • type 8: kinderen met een ernstige leerstoornis, dus normaal begaafde leerlingen met een normaal gehoor- en gezichtsvermogen met stoornissen in de taalontwikkeling of het leren spreken en/of bij het leren lezen, schrijven en rekenen die dermate ernstig zijn dat bijzondere hulp in het gewoon onderwijs niet kan volstaan.

 

Om voor Geïntegreerd Onderwijs in aanmerking te komen moet de leerling beschikken over een “attest buitengewoon onderwijs”, dat na onderzoek wordt opgesteld door een Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB).

 

De leerling heeft recht op GON-begeleiding gedurende een bepaalde periode van de schoolloopbaan.

 

Een begeleiding wordt aangevraagd voor een gans schooljaar. De meeste scholen werken samen met een vaste dienstverlenende school (de school die de GON –begeleiding organiseert ). Een GON-begeleider wordt toegewezen aan de leerling bij de aanvang van het schooljaar waarin de GON-uren worden opgenomen.

 

De begeleiding bestaat uit drie luiken: begeleiding van de leerling, begeleiding van de leerkrachten/het schoolteam en begeleiding van de ouders. De inbreng van de ouders en de leerkrachten is onmisbaar binnen de begeleiding, zij kennen de leerling immers het beste.

Daarnaast is overleg met andere hulpverleners erg belangrijk in de GON-begeleiding. Er wordt regelmatig overleg gepleegd met het CLB en andere betrokken diensten waarbij er naar gestreefd wordt om de hulp op elkaar af te stemmen en de transfer te bevorderen.

 

De GON-begeleider werkt zowel remediërend (het aanleren van vaardigheden) als compenserend (het aanpassen van de omgeving).

De GON-begeleider tracht een vertrouwenspersoon te zijn voor het kind, alsook een begeleider die de noodzakelijke vaardigheden tracht aan te leren.

Door middel van een huisbezoek,observatie en overleg met alle betrokken partijen worden de doelstellingen bepaald.

De hulp wordt aangepast aan de noden van het kind en kan individueel of groepsgebonden gericht zijn. Regelmatig contact, wekelijks of tweewekelijks, met het kind is hiervoor noodzakelijk. De begeleidingsmomenten gaan door op de school zelf.